Later ontmoette Stas een vrouw. Een goed en sterk mens. Zij hield van zijn kinderen alsof het haar eigen waren. En een paar jaar later kregen ze samen twee zusjes — klein, gelukkig, geliefd.
En Lesja?
Zij moest nu werken. Salaris ontvangen. Boodschappen kopen. Minder drinken.
Want de kinderbijslag — is niet meer van haar.
En elk nieuwjaar herinnert ze zich die nacht.
De kou. De schuur. De kreten.
En het gezicht van de Kerstman, die haar verleden bleek te zijn.
En de gerechtigheid.
