Haar man was volledig van slag. Zo’n reactie, zo’n opstand had hij niet verwacht. Hij was gewend aan haar onderdanigheid, aan haar stilzwijgende instemming.
En nu stond zij, zijn Lena, voor hem, trots en onneembaar. Er ontstond een ruzie. Woorden vlogen als vonken, maar Lena huilde niet meer en verdedigde zich niet; ze beschermde zichzelf.
Lena zat in de kamer en hield haar nieuwe jurk tegen zich aan. Ze herinnerde zich hoe alles was begonnen. In de afgelopen zes maanden waren Andrejs verwijten regelmatig, bijna dagelijks geworden.
“Waarom heb je dat nodig? Je hebt toch een soortgelijke blouse,” zei hij, wanneer ze iets nieuws wilde kopen.
“Je ziet er al goed uit. Verspil geen geld aan allerlei crèmes,” bromde hij als ze iets voor zichzelf kocht.
“Geef minder uit aan je onzin, zet het liever opzij voor eten,” was zijn favoriete zin, hoewel Lena altijd boodschappen deed volgens lijst en strikt binnen het budget.
Ondertussen runde zij het hele huishouden: koken, schoonmaken, wassen, strijken. Hij kwam van zijn werk, ging achter de computer zitten, terwijl zij, na haar eigen werk vanuit huis, voor alles anders zorgde. Zijn moeder, Lidiya Petrovna, bemoeide zich voortdurend met hun leven en stookte het vuur verder op.
“Lena, zorg toch eens voor jezelf, je bent altijd aan het werk, — zei ze aan de telefoon. — Een vrouw moet vrouwelijk zijn. Je moet Andrej blij maken, en jij altijd…”
Lena slikte alles stilletjes weg. Ze verborg haar wrok, probeerde te begrijpen waarom ze zo weinig werd gewaardeerd. Ze deed haar best een goede vrouw te zijn, maar haar inspanningen kregen nooit de waardering die ze verdiende. Ze voelde zich geen geliefde vrouw, maar eerder een bediende, een bijlage van haar man, wiens taak het was te sparen en te dienen.
De aankoop van de jurk was niet zomaar een aankoop. Het was een daad van protest, haar kleine revolutie. Deze jurk was een symbool van haar persoonlijke ruimte, haar recht op zichzelf, op haar eigen wensen. Ze wilde terugnemen wat haar jarenlang door verwijten en controle was ontnomen.
