Anton bleef in de hal staan. Hij keek naar de gesloten deur alsof hij hoopte dat die opnieuw zou opengaan en dat alles wat er gebeurd was slechts een slechte grap bleek. Maar de deur bleef dicht. Hij zat in de val. De lucht in het appartement, zijn appartement, werd plotseling vreemd en stroperig.
— Zie je wel, zoon. Je ziet het allemaal zelf, — klonk de stem van Svetlana Andrejevna uit de kamer. Ze was rustig, bijna onverschillig, en daardoor des te zwaarder. Ze verweet niet, ze stelde slechts een feit vast.
— Mam, kom op, genoeg alsjeblieft, — mompelde Anton, eindelijk zijn blik van de deur losmakend en de woonkamer inlopend. Hij wist niet wat hij moest doen of zeggen. Hij wilde maar één ding: dat dit alles onmiddellijk ophield.
— “Genoeg”, Anton? — Ze zat rechtop in de stoel, als een koningin op haar troon, en keek hem aan zonder een spoor van medeleven. — Had ik moeten zwijgen? Haar gewoon je belachelijk laten maken? Denk je dat zij mij vernederde met haar antwoord? Nee. Zij heeft jou vernederd. Openlijk, voor je moeder, heeft ze verklaard dat het haar niets kan schelen wat jij denkt, wat je reputatie is. Dat zij zal doen wat zij wil, en jij… jij zult dat maar moeten dulden.
Ze sprak langzaam, elk woord zorgvuldig benadrukkend. Dit was geen emotionele uitbarsting. Het was een koude, methodische analyse, die in zijn bewustzijn werd geslagen als spijkers. Anton voelde een onaangename rilling over zijn rug lopen. Zijn moeder kon zo spreken. Ze kon elke situatie draaien zodat hij onvermijdelijk schuldig of zwak leek.
— Ze is gewoon… ze heeft zo’n karakter, explosief, — probeerde hij zijn vrouw zwakjes te verdedigen, maar in werkelijkheid verdedigde hij zijn eigen recht op rust.
— Karakter? — Svetlana Andrejevna glimlachte spottend, maar de hoekjes van haar lippen bewogen niet eens. — Verwissel karakter niet met elementair gebrek aan opvoeding. Karakter is een ruggengraat. Dit hier is losbandigheid en brutaliteit. Ze heeft jou je plek laten zien. En weet je welke plek dat is? Naast haar. Een zwijgend verlengstuk van haar persoon. En ik wil dat mijn zoon een man is. Dat men hem respecteert. En in de eerste plaats — zijn eigen vrouw.
Ze pauzeerde, liet de woorden inzinken. Anton zweeg, zijn hoofd gebogen. Hij kon geen tegenargumenten bedenken. Alles wat ze zei, klonk vanuit haar perspectief logisch en onweerlegbaar. En het ergste: ergens diep vanbinnen voelde hij zich zelf vernederd. Niet door de korte broek die Lena droeg, maar omdat hij niets had kunnen zeggen tegen geen van beiden.
