— Hoezo jouw appartement? Wij wonen hier allemaal, en jij kunt toch niet bepalen wie er wel en niet mag wonen! — gooide de schoonmoeder haar handen in de lucht.

Sasja bleef heen en weer geslingerd worden tussen haar en zijn ouders. Hij kwam nog langs, stond in de deuropening met bloemen — als een oude gewoonte, een wanhopige poging om te doen alsof er nog iets te redden viel.

— Ik begrijp het nu, Katja. Laten we het nog één keer proberen?

Maar Katja was onwrikbaar, als een winterse wind.

— Nee, Sasja. Jij hebt jouw weg gekozen, en ik de mijne.

Na de scheiding leek het alsof het leven eindelijk ademhaalde. Katja begon naar het zwembad te gaan, veranderde haar uiterlijk, en hief zelfs het glas met vrienden — iets wat ze nooit durfde doen aan tafel onder het kritische oog van haar schoonmoeder. Alles waar ze ooit van droomde, maar nooit de moed voor had gehad.

Op een avond, zittend in haar fauteuil met een boek op schoot, besefte Katja dat ze zich niet kon herinneren wanneer ze zich voor het laatst zó levend had gevoeld.

— Vrijheid, — fluisterde ze, terwijl ze haar knusse huis rondkeek. — Dáár draait het om.

Haar telefoon ging af. De trilling haalde haar uit haar gedachten. Natuurlijk, het was Ljoedmila die weer probeerde te bellen.
Katja keek naar het scherm, maar nam niet op. Ze verwijderde het nummer. Haar hand beefde niet.
Dat hoofdstuk hoorde niet meer bij haar verhaal. Niet meer haar pijn.

Voor haar lag een nieuw leven. Een leven waarin niemand zich nog ongewenst in haar wereld kon dringen. Waarin zij zelf koos met wie ze was, en wie ze toeliet in haar hart.