– Ik heb het gevoel dat je me niet hoort, Vera! – zei Boetsjin. – Ik verklaar officieel dat ik wegga naar een andere vrouw. Ik verlaat je, en jij hebt het over laarzen!
– Precies, – zei Vera. – In tegenstelling tot mij kun jij gaan en staan waar je wil. Jouw laarzen zijn tenminste niet bij de schoenmaker. Waarom zou je niet gaan?
Ze waren al lang samen, maar Boetsjin wist nog steeds niet wanneer zijn vrouw ironisch was en wanneer ze serieus sprak. Destijds was hij juist gevallen voor Vera’s gelijkmatige karakter, haar conflictvermijdende aard en spaarzaamheid met woorden. Bovendien speelden haar degelijke huishoudelijkheid en aantrekkelijke vormen ook een grote rol.
Vera was betrouwbaar, trouw en koel als een anker van dertig ton. Maar nu hield Boetsjin van een ander. Hartstochtelijk, zondig en zoet! Daarom moest hij duidelijkheid scheppen en koers zetten naar een nieuw leven.
– Dus, Vera, – zei Boetsjin met een toon van plechtigheid, droefenis en spijt. – Ik ben je overal dankbaar voor, maar ik vertrek, want ik hou van een andere vrouw. En niet meer van jou.
– Nou zeg, – zei Vera. – Hij houdt niet meer van me, de halve zool. Mijn moeder hield bijvoorbeeld van de buurman. En mijn vader hield van domino en wodka. En kijk wat een prachtmens ik geworden ben.
Boetsjin wist dat het moeilijk was om met Vera in discussie te gaan. Elk woord van haar was als een loden gewicht. Zijn oorspronkelijke vuur was volledig verdwenen, de zin om ruzie te maken weggevloeid.
– Verotsjka, je bent inderdaad geweldig, – zei Boetsjin zuur. – Maar ik hou van een ander. Hartstochtelijk, zondig en zoet. En ik ben van plan naar haar toe te gaan, begrijp je?
– Een ander – wie dan? – vroeg zijn vrouw. – Die Natasja Krapivina soms?
Boetsjin deinsde achteruit. Een jaar geleden had hij inderdaad een geheime affaire met Krapivina, maar hij had er geen idee van dat Vera haar kende!
