Toen hij zijn ex-vrouw in een peperdure SUV zag, kon hij zijn ogen niet geloven.

Anton tikte geïrriteerd met zijn vingers op het stuur terwijl hij keek naar de eindeloze stroom voetgangers die de straat overstaken.

 

— Wanneer houdt dit eindelijk op? — siste hij tussen zijn tanden. — De hele stad zit vol met van die arme drommels zonder auto.

Verveeld in de file begon hij om zich heen te kijken. Links stopte een schitterende jeep bij het stoplicht — glimmend alsof hij net uit een reclamespot kwam, perfect gepolijst en vol chroom.

Achter het stuur zat een vrouw.

— Kijk eens aan, een vrouwelijke chauffeur — snoof Anton neerbuigend. — Hoe zou zij in hemelsnaam het geld bij elkaar hebben gescharreld voor zo’n bak?

Ondertussen deed de vrouw haar zonnebril af, streek haar kapsel glad en wierp een blik in de achteruitkijkspiegel. Op dat moment sloeg Antons hart over — hij herkende haar. Het was Lera, zijn ex-vrouw.

— Dat kan niet waar zijn… — fluisterde hij, zijn mond open van verbazing. — Maar hoe? Waarom?

Zijn geheugen bracht hem meteen terug in de tijd. Hij had er persoonlijk op toegezien dat ze na de scheiding niets overhield. Ze had niet eens een rijbewijs! En nu zat zij in een splinternieuwe SUV, terwijl hij zelf in zijn oude bak zat, die nog net reed.

“Had ze soms inkomsten achtergehouden?” — dacht hij koortsachtig, op zoek naar een verklaring.

Hun verhaal begon bijna romantisch. Lera schilderde graffiti op de muur van zijn boerderij — felgekleurd, onder de verf, met een wild kapsel. Hij deed alsof hij geïnteresseerd was, terwijl hij het eigenlijk maar nutteloze onzin vond.

— Gewoon vandalisme, — dacht hij toen. — Wie heeft er iets aan die kleurrijke krabbels?