Bendevelingen namen het kind van de vrouw als onderpand voor de schulden, maar de volgende ochtend ontdekten ze dat ze bedrogen waren.

— Ik laat jullie mijn dochter hier. Als onderpand. Ik haal haar terug zodra ik het geld heb. De ouders zullen helpen — ze houden van Tanja. Ze verkopen het zomerhuis, ik regel alles. Hooguit een week.
Op Stepan’s gezicht flitste ontevredenheid, en zijn maat, de kale Igor, werd enthousiast:
— Serieus? — bromde hij en draaide zich naar het meisje. — Heb je het gehoord, pop? Je gaat met ons mee.
Tanja kromp ineen, bewoog haar lippen nauwelijks…

— Ik heb geen poppen…

— Wat een medelijden toch, — bromde de man terwijl hij zijn blik op Lena richtte. — En weet je het zeker? Denk je echt dat wij voor haar gaan zorgen? Je kunt haar ook verkopen. Voor organen bijvoorbeeld. We hebben onze kanalen.

Lena antwoordde niet. Ze wreef alleen zenuwachtig over haar handen en herhaalde zacht:

— Ik zal het geld terugbetalen… Neem haar maar mee.

Tanja begreep niet waarom mama zweeg wanneer ze haar door tranen heen riep. Waarom ze zich afwendde alsof ze er niet was? Waarom ze toestond dat vreemde mensen haar mee de auto in namen?

Toen de auto vertrok, haalde de donkerharige man zakdoekjes uit het dashboardkastje en veegde voorzichtig haar gezicht af.

— Nou, genoeg gehuild, — zei hij. — Je komt terug bij mama. Dat beloof ik.

Igor, die achter het stuur zat, zei met een grijns:

— Stepan, nu als oppas gaan werken?

— Hou op, — snauwde die terug, — draai maar lekker aan de kachel, het is ijskoud.

De auto reed zachtjes over de avondstraten, de radio speelde oude popmuziek. Tanja, uitgeput, viel in slaap.

Ze werd wakker van dezelfde man die zei:

— Wakker? Kom, je blijft nu even bij mij.

Ze gingen een oud huis binnen, liepen een eenkamerappartement binnen. De inrichting was eenvoudig maar schoon. Stepan ging aan tafel zitten en keek toe hoe het meisje met smaak at.

Maar hij dacht aan iets anders. Hoe Lena het kind gewoon had afgestaan. Hoe ze het zonder aarzeling in het onbekende had geduwd, alleen om zichzelf te redden. Hij wist dat Tanja niets zou overkomen. Geen handel, geen wreedheid — dat was bluffen. Maar voor een klein meisje leek het echt.

— Waarom maken jullie mijn mama bang? — vroeg Tanja plotseling.

— Omdat ze onze baas iets verschuldigd is, — antwoordde hij. — En als je iets leent, moet je het terugbetalen. Anders is het stelen. En stelen is slecht.