— Ik ben niet gewend aan stilte, — zei Katja eens. — Vroeger was er altijd lawaai: geschreeuw, bedreigingen, tranen. En nu — gewoon stilte.
— Dat is veiligheid, — antwoordde Igor zacht. — En die is van jou. Voor altijd.
Maar op een dag werd er op de deur geklopt.
Anton. Verdord. Gedoofd. Maar met dezelfde haat in zijn ogen.
— We hadden liefde, — zei hij. — Jij hebt mijn leven verwoest. Zonder jou ben ik niets. Kom terug.
Katja deed de deur zwijgend dicht. Haar handen beefden. Igor belde de politie. Het bleek dat Anton net voorwaardelijk vrijkwam na een ander incident — deze keer met een voormalige collega. De rechtbank wachtte op hem.
Katja deed aangifte. Zonder tranen. Zonder beven. Kalm. Vastberaden. Ze was geen slachtoffer meer. Ze was een vrouw die haar waarde kent.
En toen begon ze te spreken.
Katja begon een blog. Niet voor roem. Niet voor likes. Maar voor degenen die zwijgen. Die bang zijn. Die denken dat dit ‘liefde’ is. Die geloven dat ‘het nu eenmaal zo gaat’.
Eerst volgden tien mensen haar. Toen duizend. Toen tienduizenden. Vrouwen schreven: ‘Jij hebt me gered.’ ‘Ik ben weggegaan na jouw video.’ ‘Ik heb twee kinderen en wij leven.’
Eén bericht raakte haar diep:
‘Ik ben van mijn man weggegaan na jouw verhaal. Ik heb twee kinderen. Wij leven. Dank je.’
Katja las het — en huilde. Niet van pijn. Van trots. Op zichzelf. Op hen. Dat een woord, geworpen in de leegte, een baken werd.
