— Hoezo jouw appartement? Wij wonen hier allemaal, en jij kunt toch niet bepalen wie er wel en niet mag wonen! — gooide de schoonmoeder haar handen in de lucht.

Sasja keek wisselend naar zijn moeder en vrouw, maar Katja had al haar keuze gemaakt.

— Katja, laten we rustig alles bespreken…

— Nee, Sasja, — Katja richtte zich op en slikte haar tranen weg. — Genoeg. Ik heb anderhalve maand gezwegen. Ik heb het verdragen dat mijn keuken werd veranderd, mijn spullen verplaatst, dat ik werd gecommandeerd — in mijn huis, in mijn leven!

— We wilden alleen maar helpen, — mengde Nikolaj zich in het gesprek, op verontschuldigende toon, al klonk hij als iemand die al had opgegeven. — Wat orde scheppen…

— Orde? — Katja draaide zich scherp naar haar schoonvader, alsof hij iets totaal ongepasts had gezegd. — En wie heeft jullie daarom gevraagd? Dit is mijn huis, mijn regels!

— Wat onbeschoft, — snoof Ljoedmila, haar gezicht werd lijkbleek van woede. — Sasjenka, laat je toe dat ze zo tegen ons praat?

Katja voelde hoe alle kracht uit haar lichaam verdween, hoe de leegte haar langzaam overnam. Hoe lang moest ze dit nog volhouden? Hoe lang zou deze klucht nog doorgaan?

— Wegwezen, — zei Katja zacht, maar met zulk gewicht dat iedereen stilviel.

— Wat? — Ljoedmila verstijfde met de lepel in haar hand, alsof ze haar oren niet kon geloven.

— Ik zei: weg uit mijn huis, — herhaalde Katja luider, haar stem werd hard als beton. — Meteen. Pak jullie spullen en vertrek.

De stilte in de keuken was oorverdovend. Ljoedmila werd bleek, Nikolaj knipperde verward met zijn ogen, en Sasja zat verstijfd met open mond, alsof hij niet kon bevatten wat er gebeurde.

— Je kunt dat niet… — begon Ljoedmila, haar stem trillend van ongeloof.

— Ik kan het wel, — onderbrak Katja haar, terwijl ze haar recht in de ogen keek. — Dit is mijn appartement. Mijn eigendom. En ik laat niemand hier nog de baas spelen.