— Hoezo jouw appartement? Wij wonen hier allemaal, en jij kunt toch niet bepalen wie er wel en niet mag wonen! — gooide de schoonmoeder haar handen in de lucht.

Vastberaden liep Katja naar de woonkamer waar haar schoonouders sliepen, en begon hun spullen in te pakken. Elke minuut voelde als een eeuwigheid, maar ze kon niet stoppen.

— Katja, stop! — riep Sasja terwijl hij haar bij de arm pakte, als een klein kind dat niet begreep wat er gebeurde. — Je kunt dit niet met mijn ouders doen!

— Ik kan het wél, — Katja maakte zich los, haar tanden op elkaar geklemd, haar woede nog net onder controle. — En als je het er niet mee eens bent, kun je met hen meegaan.

— Wat? — Sasja deinsde achteruit. — Je stuurt mij weg?

— Nee, — schudde Katja haar hoofd. — Ik geef je een keuze. Of je blijft bij mij, met respect voor mijn regels, of je gaat met je ouders mee.

— Ondankbare! — riep Ljoedmila verontwaardigd, haar lippen strak samengetrokken. — We hebben alles met liefde gedaan, en zij…

— De spullen zijn gepakt, — onderbrak Katja haar. — Jullie hebben vijf minuten om het appartement te verlaten.

— En anders? — vernauwde Ljoedmila haar ogen spottend. — Bel je de politie?

— Ja, — antwoordde Katja kalm. — Geloof me, ik heb genoeg vastberadenheid om aangifte te doen wegens onrechtmatig verblijf.

— Sasja! — krijste Ljoedmila terwijl ze zijn arm vastgreep. — Doe iets!

Maar Sasja stond daar als aan de grond genageld, zijn blik schoot heen en weer tussen zijn vrouw en zijn ouders. Paniek stond in zijn ogen. Nog nooit eerder had hij zo’n keuze moeten maken.

— De tijd loopt, — zei Katja terwijl ze op haar horloge keek. Haar stem was niet langer vermoeid, maar vastberaden.

Ljoedmila deed haar mond open om iets te zeggen, maar Nikolaj pakte plotseling haar hand vast. Zijn stem was zacht, maar beslist:

— Kom, Ljoeda. We zijn hier niet welkom.

— Niet welkom?! — riep Ljoedmila uit, haar gezicht vertrokken van verontwaardiging. — Zo ga je niet met familie om! Sasja, zeg iets!

Sasja schoof zenuwachtig van het ene been op het andere, alsof hij niet wist waar hij heen moest. Hij vermeed de blik van zijn vrouw, en dat verontrustte haar — maar hij kon niet anders.

— Katja, moeten we dit echt zo laten eindigen? Kunnen we het niet gewoon bespreken… — zijn stem trilde als een snaar.