Hun dochter verdween in 1990 tijdens het eindexamenfeest, en 22 jaar later vond de vader een oud fotoalbum

— Nu kunnen we verder.

— Ik heb allang vergeven, — zei Lena zacht. — Maar niet voor jou. Voor mezelf. Om verder te kunnen leven.

Stanislav vertrok. En met hem leek ook de laatste schaduw van het verleden te verdwijnen.

Het nieuwe jaar bracht warmte, gelach en weer datzelfde fotoalbum. Nu kwamen er nieuwe pagina’s bij — Artiem plakte zelf foto’s in: schoolfoto’s, wandelingen, vissen met opa.

Op de laatste schreef hij:

‘Familie is niet wie altijd dichtbij blijft. Familie is wie terugkomt.’

Er gingen zeven jaar voorbij. Artiem werd vijftien. Hij groeide groter dan zijn moeder, begon een bril te dragen en raakte geïnteresseerd in fotografie. Vaak trok hij het bos in met een rugzak, camera en notitieboek.

Hij hield ervan plekken te fotograferen waar herinneringen waren: verlaten huizen, roestige schommels, sporen van kampvuren. Hij noemde het ‘sporen van het leven’.

Nikolaj kon niet meer achter zijn kleinzoon aanrennen zoals vroeger. Zijn hart werd zwakker, zijn benen deden het niet meer zo goed. Maar elke ochtend zat hij toch bij het raam met een kop thee en keek hoe Artiem met zijn camera door het poortje naar buiten ging.

— We hebben een echte kunstenaar in huis, — zei hij trots. — Alleen gebruikt hij geen penseel, maar een camera.

Olga was in de loop der jaren rustiger geworden. Haar glimlach bleef hetzelfde, maar in haar ogen was iets dieps te lezen — alsof ze haar innerlijke balans had gevonden.

Lena begon literatuur te geven op de plaatselijke school. De leerlingen hadden respect voor haar. Het leven had eindelijk betekenis, ritme en een plek waar ze lang kon blijven.

Maar de tijd ging door. En met de tijd — alles wat onvermijdelijk is.

Op een lentemorgen werd Nikolaj niet wakker.

Hij ging stil heen, zoals hij de laatste jaren geleefd had. Op het nachtkastje lag een oude foto: Lena in haar gala-jurk, samen met Olga — jong, lachend.

Artiem stond lang in de tuin, hield het opa’s album vast. Hij opende het op de laatste pagina en plakte er een nieuwe foto in — Nikolaj in zijn stoel, met zijn kleinzoon op schoot.

Het onderschrift luidde: