Hun dochter verdween in 1990 tijdens het eindexamenfeest, en 22 jaar later vond de vader een oud fotoalbum

‘Je hebt me geleerd te herinneren. Dank je, opa.’

Nog vijf jaar gingen voorbij.

Artiem werd toegelaten tot de universiteit in Moskou, aan de faculteit fotografie en journalistiek. Hij schreef vaak naar huis. Elke brief begon hetzelfde:

‘Mama, hallo. Ik mis je. Ik herinner me.’

Een jaar na Nikolaj stierf ook Olga. Lena bleef alleen achter in het huis — maar ze was niet eenzaam. Ze had boeken, herinneringen en een zoon die met elke feestdag kwam, verhalen en foto’s van over de hele wereld meebracht.

In de lente haalde ze die ene foto uit 2002 tevoorschijn — waar ze bij een berghut staat met het opschrift ‘Ik leef. Vergeef me.’

Toen ze de achterkant omdraaide, voegde ze toe:

‘Nu leef ik echt. En ik denk dat ik mezelf eindelijk vergeef.’

Artiem, nu volwassen, keert terug naar het ouderlijk huis. Met zijn camera, notitieboek en één groot idee — een boek schrijven. Over familie, herinnering, en het meisje dat na tweeëntwintig jaar terugkeerde.

Hij opent het oude album. Op de eerste pagina — Lena als kind. Op de laatste — hijzelf, met zijn moeder onder een bloeiende appelboom.

Op de laatste spread schrijft hij:

‘Een verhaal eindigt niet als iemand het onthoudt.
Dit is ons verhaal. Het verhaal van terugkeer.’

Artiem kwam vaak terug in het huis waar hij zijn jeugd had doorgebracht. Hij verhuisde er niet definitief — liet het stadsleven, werk, fotoshoots, festivals achter zich. Maar elke keer dat hij de drempel overstak, voelde hij dat hij terugkeerde naar iets belangrijks, iets dierbaars.

Het huis stond er nog steeds. De bloeiende appelboom bloeide elk voorjaar opnieuw. Artiem zorgde ervoor — snoeide de takken, …

Hij raakte de stam aan. Hij noemde het “de boom van herinneringen”.

Lena’s boeken, albums, de thermosfles van Nikolaj, Olga’s kruiden — alles bleef zoals het was. Op een dag, terwijl hij oude spullen uitzocht, vond hij een envelop zonder handtekening. Alleen een datum: 1990.

Binnenin — een brief van Lena, geschreven op de dag dat ze verdween.

“Als je dit leest — betekent het dat ik ben gegaan. Zoek me niet. Ik heb een ander leven nodig. Vergeef me als je kunt. Ik kom terug als ik jullie vergeving verdien.”

Artiem hield de brief lang vast. Daarna legde hij hem naast die van Lena uit 2002. Ze leken elkaar te spiegelen — angst en berouw. Vlucht en terugkeer.

Hij maakte er een foto van en legde ze voorzichtig terug.

Lena werd op een mooie manier ouder. Zonder klachten, met waardigheid. Er verscheen iets dieps in haar ogen — zoals bij mensen die veel hebben doorgemaakt en het belangrijkste hebben begrepen.

Ze gaf zichzelf niet langer de schuld. Ze vergaf — niet meteen, maar oprecht. Alles wat ze haar zoon kon geven, had ze gegeven. De rest mocht de tijd nemen.