Haar ogen boorden zich in mij. Haar blik was zwaar, alsof ze een gat in mij wilde branden om te zien wat er binnenin zat. Al haar opgelegde beleefdheid viel weg.
— “Jij bent toch arm — waar heb je zo’n huis vandaan?”
Haar vraag hing in de lucht, dicht en giftig, als haar parfum. Ik haalde adem, probeerde de beving in mijn handen te beheersen. Rust. Alleen rust.
— “Waarom zegt u dat, Tamara Ivanovna?” Mijn stem klonk rustig, misschien zelfs te rustig.
Ze grinnikte. Kort, kwaad.
— “Hoe zou ik het anders moeten zeggen? Ik ken Igors inkomen. Ik ken jouw drie centjes die je verdient met je plaatjes op internet.
Jullie zouden tot aan mijn pensioen hebben gespaard voor een aanbetaling voor zo’n paleis. Dus doe mij niet voor de gek.”
