Claire draaide zich langzaam om en liep terug naar het station. De menigte dromde om haar heen – vreemden die haast hadden om ergens te komen – maar ze voelde zich niet langer verloren tussen hen.
Haar hoofd zat vol vragen, maar haar hart was vreemd genoeg kalm. Hoe kon Mark aanvoelen wat er met haar gebeurde, terwijl hij er niet eens bij was? Was het geluk? Intuïtie? Of was het iets groters, iets wat woorden nooit volledig zouden kunnen verklaren?
Terwijl ze liep, dwaalden haar gedachten af naar de jaren die ze samen hadden doorgebracht. Naar de kleine dingen die hun liefde zo bijzonder maakten. Naar de manier waarop Mark haar altijd leek te bellen wanneer ze hem het meest nodig had. Naar de keren dat hij haar zinnen afmaakte, of op de een of andere manier aanvoelde dat ze boos was nog voordat ze een woord had gezegd.
Misschien was er niets mystieks aan. Misschien was het gewoon liefde, het soort liefde dat twee zielen zo sterk verbindt dat afstand, stilte en zelfs angst hen niet kunnen scheiden.
Een aanwezigheid die bescherming biedt
