Toen ze naar het ziekenhuis kwam waar haar stervende echtgenoot lag, gooide de rijke vrouw geld naar een bedelares… Maar toen ze een vreemd advies hoorde, verstijfde ze in aarzeling.

Een traan gleed over haar wang. Ze wist niet of hij haar hoorde. Maar opeens voelde ze zijn vingers lichtjes om de hare sluiten. Als een antwoord. Als een afscheid. Als een “dank je dat je bent gekomen”.

Een verpleegster liep voorbij. Ze keek naar buiten.

‘Wie was dat?’ vroeg ze verbaasd. ‘We hebben niemand zonder pas doorgelaten…’

Maar op het bankje zat niemand meer.

De vrouw klemde het geld in haar vuist. Om een of andere reden wilde ze dat meisje terugvinden. Niet om haar geld te geven — maar om haar te bedanken. Voor die vraag die iets menselijks in haar had wakker gemaakt. Voor de herinnering dat je geen tijd moet verliezen. En voor het feit dat ze precies op het juiste moment was verschenen.

Twee dagen later stierf hij.